De engelen.
De engelen zijn overal.
De aanwezigheid van de engelen bij ons
heden ten dage.
door Ds.
Door alle eeuwen heen zijn er aan
verschillende mensen op verschillende tijden en plaatsen engelen verschenen en bij
hen aanwezig geweest. Ze hebben met de mensen op aarde gesproken.
Dat is iets wat velen vandaag de dag nog geloven. Ik denk dat dat niets
nieuws voor u is. Maar kan iemand de engelen zien, of kunnen maar enkele
bevoorrechte mensen hen zien? Als dat laatste het geval is, hoe zien die
hen dan en waarom kunnen zij het? We kunnen in de Bijbel verhalen lezen
over engelen die in het verleden aan verschillende mensen verschenen, aan
sommigen verschenen ze dan in dromen en aan anderen als ze wakker waren.
Hoe zagen ze hen?
Laat me u vragen: Wat zijn naar uw
mening engelen? Gelooft u erin? Zijn het mensen zoals wij? Of
zijn ze geschapen als bijzondere wezens die de mensheid als helpers van God
dienen? Laten we de vraag of het menselijke wezens zijn of dat ze
speciaal geschapen zijn even terzijde leggen. Die vraag zal ik later in
deze lezing beantwoorden. Als u het met mij eens bent dat engelen de
mensheid op de een of andere manier van dienst zijn door hun gehoorzaamheid aan
de Heer, vraag ik u: Hoe helpen ze ons dan? Doen ze dat door wonderen te
verrichten of door ons goede raad te geven? Komen ze alleen bij speciale
mensen? En als dat zo is, waarom is dat zo? Hedendaagse
getuigenissen erover schijnen daarop te wijzen, als u de talrijke verslagen leest
die verschillende mensen erover geschreven hebben. Deze vragen en nog
vele andere die men zich gesteld heeft, zijn er de oorzaak van dat er heden ten
dage zó veel belangstelling voor dit onderwerp is dat u het verbazingwekkend
zou kunnen noemen.
Er is mij verteld dat het woord engel,
in de oorspronkelijke Hebreeuwse taal, 'gezondene' betekent. We kunnen
dus begrijpen waarom ze dikwijls aangeduid worden als 'boodschappers' uit de
Hemel. Wat zijn dat voor boodschappers en waarom worden ze blijkbaar
alleen naar bepaalde mensen gezonden? Moeten zij die mensen door een
moeilijke periode in hun leven helpen? Wat nog belangrijker is, waarom
worden ze überhaupt tot hen gezonden? Er zijn nog veel meer vragen.
Zijn er ook juiste antwoorden op? Er zijn veel boeken over engelen
geschreven, waarin op zijn minst geprobeerd is een antwoord op die vragen te
geven. Wat gelooft ú met betrekking tot engelen?
Kunt u geloven dat de engelen veel
belangrijker zijn voor de mensheid dan de voorstelling die wij er heden ten
dage van hebben, doet vermoeden? Laat mij dat uitleggen. Zonder
engelen zouden we geen gemeenschap hebben met de Heer God en zou ons bestaan
verdoemd zijn. In zekere zin danken we ons leven aan de engelen.
Ons leven blijft in stand door de aanwezigheid van engelen bij ons.
Zonder hen zou niemand naar de Hemel kunnen gaan. Iedereen zou naar de
hel gaan. U kunt dus begrijpen waarom ze veel belangrijker zijn dan de
voorstelling die men door het lezen van ervaringen van anderen, hoe
wonderbaarlijk die ook geweest mogen zijn, van hen gekregen heeft. Hoe
hebben de engelen gemeenschap met ons? In de eerste plaats zijn ze veel
meer dan alleen boodschappers. Zij brengen ons, als het ware, het
Leven. Het Leven dat van de Heer is, niet van hen of ons. De
engelen zijn -als het ware- vaten die gevormd zijn om het leven te
bevatten. Ze moeten dat leven met anderen en met ons delen door hun
samenleven of omgaan met de mensheid. Om te begrijpen hoe de engelen het
leven bij ons brengen, moeten we weten wat bedoeld wordt met het leven.
God is het Leven, God is de Liefde en de Wijsheid Zelf. U kunt inzien dat
men iets van godsdienstig leven moet hebben en ernaar moet handelen, dat wil
zeggen, enig geloof hebben om te begrijpen wat het leven is en wat engelen
zijn. Het leven van God is Goddelijke Liefde en Goddelijke
Wijsheid. Dat Leven gaat voort, schept, onderhoudt en verwekt
weder. Het verlost de mens zodat hij de liefde van de Heer kan ontvangen
en eeuwig vreugdevol kan leven. Gods Leven - Zijn Liefde en Waarheid,
want dat ís het Leven van de Heer - daalt uit Hem neder naar de hele schepping
en in het bijzonder naar de mensheid. De Heer blaast door middel van Zijn
Woord, als het ware, leven in de mens, de adem van Zijn Leven. Dat schijnt
misschien moeilijk te begrijpen. Maar in de Heer, als het Woord, als wat
Waar en wat Goed is, is het Zijn en het Wezen van Hem. Heden te dage komt
de Liefde van de Heer tot ons door middel van de geopenbaarde Waarheid.
Als we die niet alleen weten, maar er ook naar handelen, omdat het de Waarheid
van God is, aanvaarden wij het Woord als iets wat van Hem komt. Zonder
het Goddelijk Ware zijn we slechts lege vaten die spoedig gevuld worden met
valse dingen (leugens). Aan het begin van de schepping was de Heer Zelf
tegenwoordig bij en in de gehele mensheid. Toen waren de mensen tesamen
met de Heer Zelf. Als u de leringen van het Oude Testament aanvaardt,
herinnert u zich misschien dat u gelezen hebt dat Adam en Eva met de Heer
spraken. Toen gebeurde er iets waardoor daar verandering in kwam - de
zonde maakte haar intrede en de mensheid stierf de geestelijke dood. Het
leven uit de Heer God werd afgesneden met als gevolg dat boosheden begonnen te
heersen en de geestelijke dood de gemoederen binnentrad in plaats van het
geestelijk leven. De Engelen werden toen het enige middel ter verbinding
van de Heer met de mensheid en zo was die verbinding nog mogelijk.
Hieruit kunnen we inzien dat de engelen het middel ter verbinding van de Heer
met de mensheid zijn, waardoor zij het leven ontvangt en leeft. Maar dat
leven is niet hetzelfde leven als toen de Heer onmiddellijk verbinding had met
de mensheid. U denkt misschien: Als dat zo is, waarom schijnt het dat
engelen zich slechts aan bepaalde mensen openbaar maken en niet aan iedereen,
aangezien toch gezegd wordt dat de Heer iedereen evenzeer liefheeft?
Laten we nu ons uitgangspunt dat de
mens door de verbinding met de engelen leeft en eens naar de Hemel zal gaan,
dat wil zeggen, als hij de Waarheid van de Heer aanvaardt en er gehoorzaam aan
is. Er is een voortdurende verbinding van de Heer met de mensheid door
middel van de Hemelen. Zijn Liefde voor ons vloeit door middel van de
engelen als wat goed en waar is in alle schepselen. Ze geeft de
natuurlijke graad het leven, zodat we bestaan. Het leven van de Heer gaat
voort door alle graden en in alle toestanden (staten) tot in de buitenste of
natuurlijke dingen. Het Leven van de Heer is Goddelijk. Hij ís het
Leven. Het dichtst bij de Heer is de hemelse graad van het leven, daarna
volgt de geestelijke graad en dan de natuurlijke. Deze graden worden
inwendige graden genoemd. Ze sloten zich toe toen de mensheid zich van de
Heer afwendde en Zijn Leven verwierp. Die graden bevinden zich nog steeds
binnenin ons. Als we er weer uit gaan leven, zijn we -als het ware- in de
Hemel terwijl we nog hier op aarde zijn, mits we wat waar en goed is van Hem
aanvaarden, anders leven we met onze geest in de hel en niet in de Hemel.
De laatste graad is de natuurlijke graad. Daarin leven we nu terwijl we
hier op aarde zijn. Ons leven hier, onze ervaringen, kennen we door
middel van de natuurlijke zintuigen en daarom zijn hier in plaats van graden en
toestanden (staten) tijd en plaats. We zijn de opnemende vaten van de
liefde van de Heer in natuurlijke verschijningsvormen. Hoe neemt een mens
het leven van de Heer op? Het schijnt alsof het leven van ons is.
We moeten gaan geloven dat de Heer ons niet toevallig het leven gaf toen we uit
onze ouders ontvangen en geboren werden, en dat dat dan dat was. De
meeste mensen aanvaarden de idee dat ze inwendig een geest zijn of dat ze na de
natuurlijke dood een geest zullen worden en verder zullen leven. Ze
geloven dat ze dan in een geestelijke wereld zullen leven, als ze in de Heer
geloofd hebben in de Hemel en als ze slecht geleefd hebben in de hel.
Sommigen geloven dat ze een nieuw lichaam zullen krijgen en weer op aarde
zullen leven. Waarom zou men zich anders druk maken over engelen, de
Hemel of de eeuwigheid? De mens is geschapen met zowel een natuurlijk als een
geestelijk lichaam. Er is dus een natuurlijke of aardse substantie of
materie en een geestelijke substantie, beide geschapen door God. De Heer
vormde deze substanties - de geestelijke en natuurlijke - tot vaten, die mensen
genoemd worden als ze nog op aarde zijn, engelen als ze in de Hemel zijn, en
duivels of satans als ze in de hel zijn. Terwijl hij nog op aarde is kan
de mens de liefde van de Heer opnemen, dat wil zeggen, wat goed en waar is van
Hem. Zo kan hij Zijn beeld en gelijkenis worden en waarlijk
menselijk. Wil het leven werkelijk leven zijn, dat wil zeggen, tot een
bestaan leiden, dan moet het een vorm hebben. Die vorm is uit de
Heer. Zo kan de mens uit de Heer menselijk worden, als hij een leven leidt
dat uit de Heer is, nu in de natuurlijke wereld en later in de geestelijke
wereld.
Ieder mens is geschapen met twee
vermogens, de wil en het verstand. Deze zijn de opnemende vaten van het
leven, dat wil zeggen, van wat goed en waar is. Die twee opnemende vaten
vormen het gemoed. Bij de Heer zijn ze éen, maar bij ons zijn ze
verdeeld. In het vat dat de wil heet, kan wat goed is opgenomen worden en
in het vat van het verstand kan wat waar is worden opgenomen. Hoe vloeit
het leven, of wat goed en waar is, uit de Heer bij ons in? Het gaat voort
uit de Heer, uit Zijn Goddelijk Menselijke, gaat dan door de hemelse en
geestelijke graden van de Hemelen, dus door de engelen daar, naar ons toe in de
natuurlijke graad. Maar wat geleidt het Leven, welk middel brengt het tot
ons? Ik zal proberen dat door een natuurlijk voorbeeld te
verduidelijken. Zowel de warmte als het licht gaan voort uit de
zon. Hoe gaan ze daaruit voort? Door de atmosfeer, want zonder de
atmosfeer zouden de warmte en het licht de aarde niet kunnen bereiken en zou
ons natuurlijk leven eindigen. Welnu, de warmte en het licht stemmen
overeen met het goede, datgene dat goed is, en het ware, datgene dat waar
is. Maar het goede en het ware zijn geestelijk en het bewijs van hun
aanwezigheid kan in ons natuurlijk leven alleen gegeven worden door de wijze
waarop we erop reageren overeenkomstig onze aanvaarding of verwerping ervan,
net zoals de opneming van de warmte en het licht bewezen wordt door de
aanvaarding ervan door de vorm die opneemt. Wat zijn de vaten die -als
het ware- de liefde en de wijsheid van de Heer met zich meedragen? We hebben al
gezegd dat de wil en het verstand, ons gemoed, die vaten zijn. Welnu, een
engel heeft ook een wil en een verstand, maar bij hem is het geopend naar de
Heer toe en niet gesloten, zoals het bij ons was voordat we ons omgekeerd
(bekeerd) hebben, omdat we de Heer wilden kennen en in Hem geloven. Hoe
zouden ze anders de mens kunnen helpen als het niet door enige vorm van spraak
of gedachte was en hoe zouden ze anders bezorgd kunnen zijn over en medelijden
kunnen hebben met de mens naar wie ze 'gezonden' worden en hoe zouden ze die
mens vreugde en verrukking kunnen doen voelen? Dat is een bewijs van het
geestelijk leven bij ons. Het zijn de engelen die -als het ware- de
aandoeningen voor het ware en goede met zich meedragen en ons het ware en het
goede van het geloof brengen, als we ze willen aanvaarden.
De engelen brengen niet alleen de
liefde van de Heer en Zijn waarheid tot ons, maar ze zijn zelf ook opnemenden
van Zijn liefde en waarheid en als zodanig is de Heer binnenin hen en zijn zij
in Hem, zij het in een hogere graad van leven. Ze zijn in de verrukkingen
en vreugden van de Heer. Dat geestelijk of hemels leven in hen vormt de
Hemelen, niet vanwege hen, maar vanwege de Heer in hen. De graad waarin
ze in de Hemel zijn, de hemelse of de geestelijke, wordt bepaald door hun
vermogen Zijn leven op te nemen en het leven van de Heer -als het ware- tot het
hunne te maken. Zo zijn ze des Heren. Welnu als de engelen in dat
opzicht net als wij zijn, zijn het mensen. Het zijn mannen en
vrouwen. Engelen leefden eens in de natuurlijke graad zoals wij nu, want
de liefde van de Heer, Zijn Leven, vloeit op dezelfde manier bij allen in, want
allen zijn op gelijke wijze geschapen. De Heer heeft geen hogere wezens,
engelen, en lagere wezens, mensen, geschapen. Dit denkbeeld is mogelijk
aan velen geleerd en door hen als waarheid aanvaardt. Vergelijk in dat
opzicht de hoedanigheid van de mens die de liefde van de Heer opneemt met een
engel die het leven van de Heer opneemt en daaruit leeft. Zijn ze niet
aan elkaar gelijk als hun verstand en wil op gelijke wijze geopend zijn?
Als dat waar is, zijn een mens op aarde en een engel in de Hemel beiden
menselijk in de mate dat ze de liefde van de Heer hebben aanvaard, Zijn goede
en ware. Het verschil tussen hen is slechts dat de een nog in de
natuurlijke wereld leeft en de ander in de geestelijke wereld en dit is vanwege
hun opneming van het leven van de Heer. Opneming houdt vanzelfsprekend
gehoorzaamheid in, handelen op de juiste manier uit liefde.
U twijfelt er nu misschien
langzamerhand aan of dit alles waar is? U gaat zich dat mogelijk
afvragen? Als het waar is, waarom zijn dan niet alle mensen goed, aangezien de
liefde van de Heer dezelfde is voor iedereen. Als de engelen bij ons zijn
en ons -als het ware- het leven van de Heer brengen opdat wij een 'goed' leven
kunnen leiden, zou dan niet iedereen goed worden? Het feit dat we de
opnemenden vaten van wil en verstand hebben, betekent niet dat we niet vrij
zijn, geen vrije wil hebben. We kunnen kiezen om te geloven wat we willen
- de waarheid van de Heer of wat anderen ons leren, of we kunnen geloven dat we
op redelijke wijze zonder de Heer tot begrip kunnen komen. Als dat niet
zo was zouden we in het geheel niet menselijk kunnen zijn, omdat we geen eigen
wil zouden hebben. Toen we nog kleine kinderen waren, wisten we niets af
van religie of wat dan ook. Later, toen we kinderen werden, begonnen we
te leren. We wilden kennis vergaren, alles weten. Als zuigeling
hadden we alleen maar de wens van onze ouders voeding en liefde te
krijgen. We hadden nog niet de wil als de Heer te zijn. Men kan
zeggen dat we van onszelf hielden. We huilden als we niet tevreden
waren. Waar kwamen die kinderlijke wensen vandaan, denkt u? We zijn
uit onze ouders geboren. Onze karakteristieke eigenschappen hebben we van
hen geërfd. Denk eraan, de mensheid had de liefde van de Heer
verworpen. Ze had zich van Hem afgekeerd. Toen kon de mensheid het
leven alleen maar door middel van de engelen opnemen. In deze toestand
(staat) van de verwerping van de liefde van de Heer, kan de mens het leven niet
onmiddellijk opnemen uit de Heer, dat wil zeggen, rechtstreeks, zoals in het
begin van zijn schepping. Daarom heeft iedereen die vandaag de dag
geboren wordt, twee engelen en boze geesten bij zich. Vele mensen zullen
erkennen dat er engelen bij kinderen zijn als 'beschermengelen', engelen die
gezonden zijn om ons te beschermen toen we geboren werden. Zij verbinden
de Heer met ons en zijn het Voortgaande van Hem bij ons. Vandaar worden
engelen boodschappers genoemd en van God 'gezondenen'. Maar aangezien
onze overgeërfde liefden ons de neiging gegeven hebben onszelf lief te hebben en
niet de Heer, en aangezien wij onderricht moeten worden en moeten leren wat
waar is, dat wil zeggen, kennis verkrijgen over de Heer en de Hemel, en er zo
toe geleid moeten worden uit goede en ware gevoelens te handelen, hebben we de
aanwezigheid van de engelen bij ons nodig en hun band met ons, want er zijn ook
boze geesten bij ons met hun begeerte boze (slechte) dingen te doen en ons naar
de hel te voeren. Als kind konden we de echte waarheid, als zodanig, niet
kennen, als kind hadden we een natuurlijke onschuld en de engelen die bij ons
waren, behoedden ons voor het kwaad, want als kind wisten we er niets van dat
het goede en ware van de Heer komt. Maar naarmate we groter werden en
eerst teenagers en later volwassen, kregen we een zelfstandig verlangen om te
leren, te erkennen en te doen, of dat nu de waarheid van de Heer betrof of wat
anderen ons leerden. Als we niets van de engelen die bij ons zijn, willen
weten, trekken zij zich terug en dan nemen de boze geesten het over en beginnen
ze over ons te heersen. Onze wil en ons verstand worden verwrongen.
De verbinding met de Heer door middel van de engelen wordt steeds slechter
naarmate we ons meer op onszelf richten. De band met de Hemel en de Heer
wordt geringer. In plaats van de engelen, in plaats van het goede verlangen
te leren wat waar is ter wille van het ware, hebben we dan alleen maar een
verlangen naar de waarheid uit begeerte, of uit liefde voor onszelf, voor
gewin, eer en de lust om te heersen. Deze begeerte verdraait het leven
dat van de Heer komt en vernietigt ten slotte elke waarheid bij ons en dan
hebben we geen enkel iets dat goed is uit de Heer. We houden alleen van
wat wij als goed beschouwen en dat brengt ons in verrukking.
De meesten van ons weten heel weinig
over engelen, maar toch zijn ze heel belangrijk. Zonder de engelen zouden
we niet de waarheid of het geloof hebben dat ons verbindt met het goede des
levens van de Heer. Wat betekent dat voor ons? Het betekent dat ons
geloof, hoedanig het ook is, welke godsdienst het ook betreft die we aanhangen,
alleen in ons geheugen, ons verstand, blijft, als het leven dat we leiden ervan
gescheiden is en vanwege onze boze wil geen deel uitmaakt van het geloof dat we
geleerd hebben en kennen. We handelen zelfs dikwijls als anderen het niet
merken in strijd met ons geloof, onze geloofsovertuiging. De waarheden
die we geleerd hebben, kunnen gescheiden zijn van elk goede van de Heer.
Als de engelen die binnenin ons zijn, zich als het ware met ons verenigen,
worden de goede en ware dingen bij ons met elkaar verbonden en worden we
verbonden met de Heer, want zoals reeds gezegd werd, dan kennen we Zijn
Voortgaand Goede en Ware tesamen als een eenheid. Als die verbinding er
is, wordt ze op aarde de 'Kerk' genoemd en is ze binnenin een mens overeenkomstig
de aanvaarding ervan door hem en de daaruit volgende gehoorzaamheid eraan.
Omdat we in de natuurlijke wereld zijn
en de geestelijke wereld niet zien, denken we vaak dat de engelen zich bezig
houden met ons natuurlijk leven en dat beschermen, maar dat is een verkeerde
gedachte. De engelen waken over onze geest, zij bekommeren zich om ons
geestelijk leven. De engelen zijn bij ons in onze geestelijke en hemelse
liefden. Als zodanig spreken ze met ons door middel van onze geest door
geestelijke denkbeelden, niet door natuurlijke middelen of natuurlijke
denkbeelden, want die zijn stoffelijk en hebben slechts betrekking op de tijd
en ruimte van deze wereld. Ze spreken door middel van geestelijke ideeën,
die betrekking hebben op toestanden (staten) en de veranderingen ervan, niet op
de plaatsen en tijden van mensen en naties. Hoewel de engelen bij ons
zijn in wat geestelijk goed en waar is en -als het ware- bij ons invloeien uit
de Heer, worden dat geestelijk goede en ware waarin zij bij ons zijn in ons natuurlijke
ideeën die overeenstemmen met de geestelijke ideeën. Noch de mens die op
aarde is, noch de engel in de Hemel zijn zich bewust van wat bij hen invloeit,
dat wil zeggen, van het Goddelijke in hen, maar zij kunnen zich bewust zijn van
de uitwerkingen ervan.
Een andere vraag die heden ten dage
gesteld wordt, is of men met engelen kan spreken en ze zien. Er zijn
verhalen in de Bijbel die deze vraag bevestigend beantwoorden, maar hoe spraken
de mensen met hen en hoe zagen ze hen? Was het met hun natuurlijke ogen
en spraken ze met hen met hun natuurlijke stem? Wij zien op natuurlijke
wijze en als zodanig begrijpen we ook op natuurlijke wijze. Toch kunnen
we dikwijls abstracte ideeën begrijpen, dingen die we niet gezien hebben met
onze ogen, dingen die we niet gewaar geworden zijn met onze zintuigen, in
plaats daarvan zien we innerlijk met ons verstand. U kunt begrijpen dat
we, als onze geestelijke ogen geopend worden -als het ware- net als een engel
kunnen zien, op geestelijke wijze. En niet alleen zien we dan net als de
engelen, maar dan worden de dingen die in de Hemel en in de geestelijke wereld
zijn, voor ons geopenbaard. De daar geziene dingen zijn van geestelijke
aard en zijn niet zoals de dingen die we in de natuurlijke wereld zien, hoewel
ze ermee overeenstemmen. Dit komt heden ten dage zelden voor, want dan
moeten de innerlijke dingen van ons gemoed in verband staan met en contact
hebben met de engelen. Ze moeten niet alleen bij ons zijn. Op die
manier kunnen we verbinding hebben met de Heer. Die verbinding is
overeenkomstig de aanvaarding in ons verstand van de waarheden uit het Woord en
de aanvaarding in onze wil van het goede dat van de Heer is. Dit houdt in
dat ons een geweten gegeven wordt dat het bemiddelende is tussen ons verstand
en onze wil en dat ze met elkaar verbindt. Dáar zijn de engelen bij ons
en zij bewerkstelligen -als het ware- dat wij liefde hebben voor de Heer en
voor anderen. Hebben wij van de engelen, en dus van de Heer, een geweten
gekregen en houden we daarom van wat juist is en goed, bekommeren we ons
daarom? We lezen het Woord des Heren en we verstaan (begrijpen) het
overeenkomstig onze natuurlijke zintuigen. De engelen bij ons hebben er
een dieper inzicht in overeenkomstig de inwendige betekenis, die geestelijk of hemels
is. Beide betekenissen, de natuurlijke en de geestelijke, zijn uiterlijk
verschillend van elkaar, maar in wezen zijn ze éen, omdat ze met elkaar
overeenstemmen. Een voorbeeld: We zien op natuurlijke wijze, omdat we in
de natuurlijke wereld zijn, maar onze geest ziet op geestelijke wijze.
Met onze geest leven we in de geestelijke wereld. Zien is (betekent)
begrijpen (verstaan). Wij zien met onze natuurlijke ogen en inwendig zien
we met geestelijke ogen. Zien stemt overeen met verstaan en het betekent
weten. Een aandoening of liefde hebben betekent handelen overeenkomstig
wat we weten en stemt overeen met de wil.
Ten slotte, het woord 'engel' betekent
'iets van de Heer'. De engel gaat -als het ware- voort uit de Heer in
Zijn Goede en Ware, want het Voortgaande des Heren is Zijn Liefde en Wijsheid,
die naar allen uitgaat. Binnenin de engelen zijn de waarheden en
goedheden, omdat engelen opnemenden zijn van het Goddelijk Ware uit de
Heer. De verbinding van het goede en ware in de mens maakt hem tot een
engel in de natuurlijke graad, vanwege het Voortgaande van de Heer in
hem. De hoedanigheid van wat opgenomen wordt, bepaalt de graad, die óf
natuurlijk óf geestelijk óf hemels is. Het is in dat opzicht dat, wat in
de mens op aarde uit de Heer het goede en ware is, hem tot een natuurlijke
engel maakt. Ik vermoed dat we vele natuurlijke engellijke gedachten en
ideeën verworpen hebben en maar heel weinige hebben aanvaard. Toch heeft
de Heer ons lief en wil Hij, door middel van de engelen, de verbinding tussen
Hem en ons herstellen. Als de Heer er uiteindelijk in geslaagd is de
verbinding met ons te herstellen, zal Hij onmiddellijk of rechtstreeks contact
met ons hebben en zullen we niet meer middellijk, dat wil zeggen, door middel
van de engelen, gemeenschap met Hem hebben, maar rechtstreeks. De
waarheden die van de Heer afkomstig zijn, zijn dan binnenin ons. Dan is
de Heer met ons verbonden, dan is Hij in ons en zijn wij in Hem. Terwijl
we hier op aarde leven en nog in de natuurlijke graad zijn, kunnen we een
Nieuwe Kerk worden. Bij de meesten van ons vindt die verbinding met de
Heer en de Hemel pas plaats als we in de geestelijke wereld zijn gekomen nadat
we het natuurlijk lichaam hebben afgelegd. Daar worden we door engelen
onderricht over het ware uit de Heer, dus uit het Goede, zonder de valsheden
die er door onze natuurlijke zintuigen aankleven. Want daar is het leven
van de Heer Eén met ons leven, als we het aanvaarden, het is niet langer
verdeeld, zoals het in ons natuurlijk gemoed was, voordat we wederverwekt
waren.
Ik eindig met u te zeggen dat alleen de
Heer in Zijn Goddelijk Menselijke de middelen tot deze verbinding
bewerkstelligd heeft en het mogelijk gemaakt heeft dat we heden ten dage Zijn
waarheid en Zijn liefde opnemen. Aldus voorzag Hij niet alleen in de
middelen voor onze hervorming en verlossing, maar ook voor onze wederverwekking
en zaligmaking. Dit werd bewerkstelligd doordat de Heer Zelf op aarde
kwam en verheerlijkt werd, wat betekent dat Zijn Goddelijke verenigd werd met
Zijn Menselijke. Ik laat het aan u de vraag te beantwoorden of de engelen
met u gesproken hebben. Ik bid dat dat zo is.
Einde