Terug naar de prekenpagina

 

Preek over Een Nieuw Woord (Johannes 14: 18)

door ds. P. Booth

 

Voorlezingen:

-       Psalm 68:11,

-       Johannes 14: 15-18, 25, 26,

-       Laatste Oordeel 12: 3,

-       Leer over de Heilige Schrift 25

 

Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u (Johannes 14: 18)

 

 

Op welke wijze is de Heer heden Tegenwoordig bij de mensheid? Ons is bekend dat Hij niet Tegenwoordig is als een Persoon. Dat was Hij toen Hij op aarde kwam, uit Maria geboren werd en onder de mensen leefde als Jezus van Nazareth. Toen liep Hij door het land Kanan , en sprak Hij met Zijn discipelen en met andere mensen. Hij is ook niet Tegenwoordig bij de mensheid zoals in de tijd van de Oudste Kerk, toen Hij onmiddellijk of rechtstreeks langs een inwendige weg Tegenwoordig was. Met andere woorden, door middel van de ziel van de mensen. U zou natuurlijk kunnen zeggen dat Hij op hemelse en geestelijke wijze bij ons Tegenwoordig is, want de mens heeft een geestelijke en een natuurlijke graad. Maar als de geestelijke graad bij ons niet geopend is, zijn we ons niet van Zijn Tegenwoordigheid bewust. Dan leven we in een uitwendig natuurlijke staat. Als de Heer Zich daar op de een of andere manier met een mens verbindt, is er enig begin van erkentenis van Zijn Tegenwoordigheid en leeft die mens als het ware.

 

Ik zei: 'Als het ware'. Want in de buitenste dingen zijn slechts verschijningsvormen van het Ware, waarin het Leven tot uitdrukking wordt gebracht. Dat is niet het Leven Zelf, maar een verschijningsvorm ervan. Wat is het Leven dan, als wat zich aan ons manifesteert slechts de uitwerking is van het Geestelijke dat ons getoond of onthuld wordt als een verschijningsvorm van het Leven door middel van uitwendig natuurlijke beelden? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we weten wat de meest wezenlijke Hoedanigheid is van God. Dat is het gehele doel van de Schepping van de mens in natuurlijke en geestelijke zin. Dat doel is God te kennen, op de Heer te gelijken, een Beeld en een Gelijkenis van Hem te worden, deel te hebben aan Zijn Leven en zo de verrukkingen van Zijn Liefde te kunnen ontvangen. De Hoedanigheden van de Heer in ruimere zin zijn: Liefde, Wijsheid en Nut oftewel het Goede, het Ware en de Werken. De Heer is bij de mens in de hoedanigheid van het geestelijk leven dat hij vanuit Hem opneemt. Als die hoedanigheid niet in ons is, is de Heer niet Tegenwoordig in ons bewuste, want in plaats van echte liefde is er dan bij ons het boze.

 

Wat is de hoedanigheid van het leven van de mensheid waartoe ook wij behoren, heden ten dage? Met andere woorden, manifesteert de Heer Zich in dat leven, manifesteert Hij Zich met name in ons leven en door middel van ons leven? Zijn de wezenlijke hoedanigheden van ons leven liefde tot de Heer en de Naaste oftewel het hemels en geestelijk goede? Is er iets van inzicht en wijsheid oftewel het geestelijke en hemelse van de Heer in? En blijkt dat uit onze daden oftewel ons nut, met andere woorden, onze Naastenliefde? Als dat zo is, is de Heer bij en in ons. Maar als dat niet zo is, is de Heer niet Tegenwoordig in ons bewuste leven. Laten we dit nader analyseren. De twee hoedanigheden van liefde of naastenliefde en van wijsheid of inzicht manifesteren zich in de mens als geloof. Als zij vanuit de Heer in hem zijn, maken ze dat zijn werken werken der naastenliefde zijn. Op die manier beantwoordt de mens als het ware de Liefde van de Heer voor hem en vervult hij Zijn Gebod om de Heer lief te hebben met zijn gehele hart en ziel en gemoed en met alle krachten, en de naaste lief te hebben als zijn (nieuwe) Zelf. Die Tegenwoordigheid van het goede en ware geeft de mens een nieuw leven. Door de afwezigheid ervan is hij (geestelijk) dood. Zoals wij weten is het loon van de zonde de (geestelijke) dood. Welnu, aangezien de Heer Gd, dat wil zeggen, het Goede en Ware Zelf is; en aangezien dat uit Hem voortgaat naar de gehele Schepping, dus naar alles en allen; en aangezien de mens niet langer met God leeft, zoals bij zijn schepping de bedoeling was, is de Heer niet Tegenwoordig in zijn bewuste leven, dat wil zeggen, in zijn wil en verstand. De Hof van Eden of het Paradijs betekende in de geestelijke zin het inzicht van de hemelse mens (Hemelse Verborgenheden 98). (Tussen haakjes, wat heerst in uw gemoed? Woont u in een Hof waarin het goede en ware regeren? Of woont u in een hof waarin het boze en valse heersen?) Als een mens als het ware eenzaam is, omdat hij zonder de Heer leeft, is hij geestelijk dood. Een oppervlakkige beschouwing van het begin van Genesis leert ons al dat de mensheid zich van het Leven had afgekeerd naar de (geestelijke) dood. We spreken hier over de zonde. Als die bezit neemt van het gemoed van de mens, wordt hij beheerst door het boze en valse, dat wil zeggen, de hel. en het gevolg is dat de dood zijn intrede in de mens doet.

 

Aangezien de mensheid, sedert haar val, over het algemeen al het goede en ware van de Heer verworpen heeft en verwerpt, heeft zij zich op die manier van God verwijderd. Toch had en heeft de Heer de hele mensheid lief en liet Hij haar niet zonder hulp achter. Hij verdoemde haar niet, maar Hij kwam in de volheid der tijd op aarde om haar te verlossen.

 

Ook vor Zijn Komst op aarde, kwam de Heer de mensheid te hulp. U vraagt zich nu misschien af hoe Hij dat deed. Hij kwam tot haar in de vorm van een geschreven Woord. Wij moeten geloven dat het Woord van God het Ware is dat ons leert wat het goede is, waarnaar wij moeten leven, omdat het goede alleen van de Heer God komt, die het Goede of de Liefde Zelf is. Dit blijkt uit de door Mozes geschreven Pentateuch (de eerst 5 boeken van het Oude Testament) waarin hij verhaalt dat Jehovah Zelf op twee stenen tafelen de Tien Geboden geschreven heeft. Bij een nadere bestudering van wat Mozes schreef blijkt dat er al eerder Boeken, die het Woord van God waren, geschreven waren. Dat was het Woord dat de mensen van de Oude Kerk hebben, die Jehovah aanbeden hadden als de ene en enige God van Hemel en aarde.

 

Dat Woord en het Woord dat erna gegeven werd - het Oude Testament - leerde volgens welke waarheden de mensheid behoorde te leven. Maar zij keerde zich nog verder van de Heer af, geloofde nog minder in Hem en gehoorzaamde Hem alleen maar op uitwendige wijze, zodat de waarheden van het Woord geen uitwerking hadden. Zij verwierp zelfs Jezus Zelf toen de Heer op aarde kwam om een nieuwe Kerk op te richten. Die Kerk was de Christelijke Kerk. Als gevolg van de Komst van de Heer op aarde en Zijn Verheerlijking namen sommige mensen de geest van de Goddelijke Waarheden weer op, net als vroeger de Profeten deden. En zodoende ontstond het Nieuwe Testament. Dat Testament werd aanvankelijk voor de volgelingen van de Heer Jezus Christus het richtsnoer van hun leven. In het begin hadden zij de door de Heer tijdens Zijn aardse leven gesproken waarheden lief, geloofden ze erin en brachten ze ze op eenvoudige wijze in praktijk. Ook hadden zij elkander wederzijds lief, zoals de Heer hun geboden had.

 

Dat Woord onthulde dat de Kerk, die de Apostolische Kerk werd genoemd, later weer tot verval kwam. Het geloof werd steeds meer een vals geloof naarmate de naastenliefde afnam. Die Kerk kwam ook tot een einde, net als alle vorige Kerken. U hoeft slechts het Boek De Openbaring te lezen, waarin dat voorzegd wordt. Daarna kwam er weer een nieuwe Kerk op aarde, des Heren Nieuwe Kerk, die de kroon van alle Kerken zou worden. De Heer had immers beloofd dat Hij de Trooster, de Geest der Waarheid, zou zenden. Hij beloofde Zijn Discipelen, dat wil zeggen, zij die Hem zouden volgen, dat Hij hen geen wezen zou laten (Johannes 14: 18). Feitelijk was iedere vroegere Kerk, inwendig gezien, een stap nader geweest tot deze Kerk zoals zij wezenlijk is of behoort te zijn. De Heilige Geest zou tot de mensheid komen als er mensen zouden zijn die in staat waren de waarheden die dan geopenbaard zouden worden, te verstaan. Ook dat zouden inwendig geestelijke waarheden zijn en zij zouden de valsheden van de dogma's van de Christelijke Kerken blootleggen. De Heer sprak tot de mensen van de Joodse Kerk alleen maar door gelijkenissen. Als Zijn discipelen het Hem vroegen, verklaarde Hij hun de diepere betekenis ervan. Zo verklaart Hij hun die oprecht Zijn nieuwe Openbaring willen verstaan, ook de zin ervan nader en zal Hij dat altijd blijven doen, opdat de echte leden van Zijn Kerk steeds duidelijker zullen weten hoe zij behoren te leven. De Heer verlicht het verstand van de mens, waar en wanneer dat mogelijk is, maar de mens moet als uit zichzelf naar dat nieuwe inzicht leven.

 

De discipelen maakten zich er ongerust over wat er met hen gebeuren zou als de Heer niet meer bij hen was. Met de discipelen worden allen die van de echte Kerk zijn, bedoeld, en alle dingen van de Kerk. Dus de Kerk zelf. De Heer is de Stichter en Leidsman van de wezenlijke Kerk. De discipelen vroegen zich af wie hen zou leiden, als de Heer heengegaan was. Wie zou de Kerk leiden die Hij gevestigd had? En wie zou haar leden verlossen? De Heer nam hun bezorgdheid weg door te beloven dat wanneer Hij heengegaan zou zijn om hun plaats te bereiden, Hij weer zou komen en hen tot Zich zou kunnen nemen, opdat zij bij Hem zouden mogen zijn. De Heer zei ook: Ik zal u geen wezen laten. En Hij legde hen uit dat Hij en de Vader En waren en dat Hij hen een andere Trooster zou geven, de Geest der Waarheid, die bij hen zou blijven en in hen zou zijn. En die hen alles zou leren en alles indachtig zou maken wat Hij hun gezegd had. U kunt ongetwijfeld inzien dat de Trooster, de Heilige Geest, geen derde door de Vader gezonden afzonderlijke god was, naast de Heer Jezus Christus. U kunt inzien dat die Geest En is met de Vader en de Zoon, zoals blijkt uit de woorden van de Heer in Zijn gesprek met de discipelen, op innerlijke wijze verstaan. De vraag was hoe de Heer zou terugkeren naar de mensheid. We weten dat Jehovah bepaalde mensen heeft genspireerd om het Woord te schrijven. We kunnen dat in het Oude Testament lezen. Daar wordt herhaaldelijk over de Geest God oftewel Jehovah gesproken. We weten ook dat Jezus zei dat Hij het Woord was en dat Zijn volgelingen genspireerd werden om het Woord van het Nieuwe Testament te schrijven.

 

Welnu, wat gaat er vanuit Jehovah uit het Goddelijk Menselijke voort? Is het niet het Goede en Ware waarover we al eerder spraken? Nadat de Heer Zijn Menselijke verheerlijkt had, ging en gaat het Woord, dat de Goddelijke Waarheden bevat, waarmede Hij Zijn Kerk onderricht(te) daaruit voort. Maar er is een verschil tussen het Woord vor de Heer Zijn natuurlijk menselijke Goddelijk maakte en nadat Hij het Goddelijk Menselijke in laatsten was geworden. Daarom moest de Heer op aarde komen, daar geboren worden, een menselijke aannemen en de overgerfde boosheden overwinnen. Het Goede dat in de Heer tot de mensheid gekomen was, had de macht door middel van het Ware de boosheden die in de mensheid heersten (en in ieder niet-wederverwekt mens heersen) te overwinnen. Het Woord van het Oude Testament kon dat niet. Het Woord van het Nieuwe Testament kon dat wel. Maar de Christelijke Kerk vervalste dat Woord en daarom moest de Heer Wederkomen, zoals Hij voorzien had, om de bozen van de goeden te scheiden &; en een nieuwe Engelijke Hemel en een nieuwe Kerk op aarde te vormen. Dit geschiedde en geschiedt door middel van het Woord dat aan Emanuel Swedenborg is geopenbaard, en dat inwendig de middelen en de macht bezit om ieder mens te behouden die in de Heer gelooft. U herinnert zich de zielen van hen die gedood waren om het Woord Gods en om het getuigenis dat zij hadden. Zij werden bevrijd toen de Heer Jezus Christus, het Goddelijk Menselijke, door Zijn Wederkomst in de Geestelijke Wereld de bozen onderwierp. Maar als dat Woord niet geloofd wordt en er niet naar geleefd wordt overeenkomstig het verstaan ervan dat een mens heeft, is het net zo machteloos als het geloof zonder naastenliefde. U kunt inzien waarom het Woord - de Helper of Trooster, de Geest der Waarheid, die de Heilige Geest is - de Discipelen zou troosten nadat de Heer van hen weggegaan was. Want dan zou Zijn Menselijke volkomen verenigd zijn met het Goddelijke. De Geest van het Goddelijk Menselijke gaat nu voort naar de mensheid met alle Kracht en Sterkte om hen te verlossen die zich als uit zichzelf tot Hem keren en door Hem geleid willen worden.

 

Welnu, als u de Vader als een afzonderlijke goddelijke persoon beschouwt, de Zoon als een tweede goddelijke persoon en de Heilige Geest als een derde goddelijke persoon, zult u de Wederkomst van de Heer Jezus Christus op deze arde in Persoon verwachten. We hebben in de voorlezing gehoord dat de Heer zei dat de Vader Hem gezonden had. Eerder leerde de Heer echter dat Hij en de Vader En waren (Johannes 10: 30). En dat Hij Zijn Discipelen de Trooster zou zenden. Zelfs de oude Christelijke Kerk kent slechts en Trooster. Derhalve zijn de Trooster die de Vader zou zenden en de Trooster die de Heer zou zenden een en dezelfde. Ook hieruit blijkt dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest Een zijn in Persoon en in Wezen. De Geest van Jehovah openbaarde het Woord der Waarheid. Door middel van Emanuel Swedenborg onthulde Hij nieuwe waarheden. Daardoor heeft de mensheid een nieuw Woord ontvangen, het Woord van het Goddelijk Menselijke, dat het Derde of Latijnse Testament wordt genoemd, het Testament van de ene en enige God van Hemel en Aarde. Er is het Woord van Jehovah, het Oude Testament, het Woord van de Heer Jezus Christus, het Nieuwe Testament, en het Woord van het Goddelijk Menselijke, het Derde of Laatste Testament.

 

We lezen in het Evangelie van Johannes aangaande de Geest der Waarheid, de Heilige Geest, dat Hij de Kerk des Heren alles zal leren en Haar alles indachtig zal maken wat de Heer Haar gezegd heeft. Ook zei de Heer dat de Vader, dat wil zeggen het Goddelijke in Zich, hetgeen de Liefde verenigd met de Wijsheid is, de Trooster zou zenden. Later zei Hij dat de Geest der Waarheid van Hem getuigen zou. En ten slotte zei Hij tot de Kerk dat, indien Hij niet wegging, de Trooster niet tot Haar zou komen. Maar, indien Hij heenging, Hij Hem tot Zijn Kerk zou zenden en de wereld zou overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel. Dit alles zei de Heer tot Zijn Discipelen, dat wil zeggen, tot allen die van de (echte) Kerk zijn (Hemelse Verborgenheden 3354e) en dat de Heilige Geest, de Geest der Waarheid, zou leven in hen in wie de Kerk is. Het is duidelijk dat de Heer tot de mensheid komt in Zijn Hoedanigheden van Liefde en Wijsheid en haar indachtig zal maken van alle goedheden en waarheden.

 

Wat zijn de dingen die de mens van de Kerk onderwezen zullen worden? Geestelijk gezien is het het goede en ware. Maar is het ook niet de Hemel waar de mens van de Kerk naar uitziet? Is het niet de Heer over wie in de Kerk geleerd wordt? De waarheden die de mens van de Kerk geopenbaard worden, hebben betrekking op de Hemel en op zijn leven als een Engel. Of op zijn leven zonder de Heer als een mens die alleen zichzelf liefheeft. We lezen dat de Heer wegging om een plaats te bereiden voor Zijn Discipelen, opdat ze bij Hem zouden kunnen zijn. Nogmaals, wat gaat er vanuit het Goddelijk Menselijke voort? Zijn het niet de Hoedanigheden ervan, zijnde Liefde en Wijsheid oftewel het Goede en Ware, de Naastenliefde en het Geloof? Die zijn binnenin de mens en zijn de Kerk bij hem. We hebben al uitgelegd dat de mens, vanwege zijn huidige staat niet in staat is een perceptie te hebben van de geestelijke waarheden, aangezien hij zich doof en blind gemaakt heeft voor de Tegenwoordigheid van de Heer bij hem. Toch kan de mens de Hoedanigheden, die nog steeds bij hem invloeien, gewaarworden, maar nu door middel van zijn zintuigen. Door de eeuwen heen heeft de Heer er in voorzien dat er Zijn Woord is, waarin gesproken wordt van Zijn Liefde en Wijsheid en over hoe de mens moet leven om bezield te worden met het Leven dat bij hem door middel van zijn zintuigen invloeit uit het geschreven Woord.

 

U kunt begrijpen dat om het mogelijk te maken dat de mensheid weer in de staat zou komen van het zich bewust worden van de Tegenwoordigheid van de Heer bij haar, en van haar geestelijke vrijheid, het Woord der Waarheid aan haar geopenbaard moest worden. Met andere woorden, de waarheden van de drie Testamenten worden niet verstaan, tenzij ze op geestelijke wijze verstaan worden, dat wil zeggen, tenzij de mens de geestelijke betekenis ervan verstaat. De waarheden die de mens ziet, zijn verschijningsvormen van de Goddelijke Waarheden die de Heer Alleen ziet. Die verschijningsvormen vervormt de mens dikwijls tot begoochelingen en valsheden, dat wil zeggen, tot valse leringen, zoals de leer van de drie goddelijke personen.

 

De mensheid zou in haar valsheden gebleven zijn, als haar niet een nieuw Woord gegeven was. Daardoor kreeg zij de mogelijkheid de inwendige zin van het Woord te gaan zien. U vraagt zich nu misschien af hoe dat dan mogelijk is. We hebben er al op gewezen dat de mensheid geen innerlijke gewaarwording meer heeft van de Heer en van goedheden en waarheden. Wat wij dienaangaande leren, leren wij door middel van onze natuurlijke zintuigen. Hier is een verklaring daarvan. Als de mens weet wat de geestelijke betekenis is van natuurlijke dingen en daarnaar leeft, leert hij innerlijke, geestelijke dingen kennen en erkennen. Hoe zou u de mensen dingen kunnen verklaren die vanuit God uit de Engelen zijn? Hoe zou u kunnen verklaren wie God is? U zou kunnen beginnen met Zijn Hoedanigheden te noemen, bij voorbeeld: dat Hij de Liefde en de Wijsheid is. Maar wat zijn Liefde en Wijsheid in de geestelijke zin? Het zijn hemelse en geestelijke substanties. Waarmee zou u ze kunnen vergelijken, zodat de toehoorders begrijpen waarover u het heeft? Want alles wat voor u en hun zichtbaar is, zijn natuurlijke dingen, zoals bomen, planten, dieren, kortom de stoffelijke wereld.

 

Waarom wilde God weten hoe Adam - de eerste Kerk op aarde - al het gedierte des velds en al het gevogelte des Hemels, dat Hij gemaakt had, zou benoemen? Wat dat betreft, wat wordt er bedoeld met de namen noemen van al het vee, en van het gevogelte des Hemels en van al het gedierte des velds? De zin ervan is dat al die natuurlijke dingen hemelse en geestelijke dingen betekenen. Er is dus een overeenstemming van die natuurlijke dingen met hemelse en geestelijke dingen en ze openbaren daarmede de Heer Zelf aan de mens wiens ogen geopend zijn, omdat hij leeft vanuit de Heer. Te weten wat er in de geestelijke zin bedoeld wordt met natuurlijke dingen was het Woord des Heren voor de Hemelse of Eerste Kerk op aarde, zoals het geschreven Woord de mens heden ten dage vertelt over de Heer en Zijn Liefde. De Eerste Kerk op aarde had geen geschreven Woord. Dat kwam later. U begrijpt dat de mensen van die Kerk geen waarheden hadden geweten en er dus niet naar hadden kunnen leven, als ze de hemelse en geestelijke zin van de natuurlijke dingen niet hadden verstaan. We spreken nu over de wederverwekking van de mens. De Orde daarvan onthulde de Heer die mensen van binnenuit. Heden ten dage gebeurt dat van buitenaf door middel van de natuurlijke zintuigen.

 

Hoe kan de Heer een mens de waarheden leren verstaan die hij in hun uitwendige, letterlijke betekenis hoort of leest, aangezien hij er niet meer een inwendige perceptie van heeft. Door de zondeval is zijn gemoed immers gesloten voor hemelse en geestelijke dingen. Het antwoord is dat de Heer door middel van een mens, Emanuel Swedenborg, een nieuw Woord geopenbaard heeft. Dit Woord onthult de overeenstemmingen tussen hemelse en aardse zaken. Die werden de mensen van de Oudste Kerk, Adam genoemd, door inwendige perceptie onthuld. Later openbaarde de Heer Zijn Woord door middel van verschillende mensen, die het opschreven. Daardoor ontstonden het Oude en het Nieuwe Testament. Thans heeft de mensheid een geschreven Woord, waarin verborgenheden staan die, als een mens ze op de juiste wijze verstaat en hij oprecht leeft naar de waarheden die hij in de letterlijke tekst leest, hem enig inzicht geven in de geestelijke zin ervan.

 

Dat Woord is het Woord van het Goddelijk Menselijke. De Heer Zelf is Wedergekomen op de aarde door middel van dat Woord, waardoor ieder mens tot een nieuw leven kan komen. In dat leven kan die mens steeds meer tot een nieuw verstaan van het Woord komen en tot een nieuwe wil om overeenkomstig de daarin geopenbaarde waarheden te leven. Want ieder mens kan heden ten dage een nieuw verstaan en een nieuwe wil ontvangen die niet bezoedeld zijn met de eigenliefde. In het bijzonder de echte Christen. Zo'n wil leidt hem door middel van het nieuwe verstaan van het Woord vanuit de Heer die in hem regeert, ook over zijn oude zelf. Hij leeft immers overeenkomstig de waarheden die het nieuwe Woord hem leren. Hij gaat op geestelijke wijze steeds helderder zien wat hem in de letterlijke zin daarvan onderwezen wordt. hij wenst de Tegenwoordigheid van de Heer niet alleen in het geschreven Woord, maar ook in zijn bewuste leven, want hij is met de Heer en de Hemel verbonden door het goede van zijn leven. Hij behoort tot hen die wederverwekt zijn, met andere woorden, verlost van de slavernij van zijn boosheden.

 

Dat nieuwe Woord is op aarde gekomen en door dat Woord wordt er nu een nieuwe Kerk gevormd uit hen die het in hun hart en gemoed opnemen. Voor hen worden nu de dingen openbaar gemaakt die de discipelen nog niet konden verstaan.

Amen.

 

Keer terug naar het begin.