Terug naar de prekenpagina

 

Preek over de Eerste Aardbol in de Sterrenhemel

door ds. Paul Booth

 

Voorlezingen:

-       Jesaja 6: 1-4,

-       Jeremia 1:11-13,

-       EzechiŽl 1: 1-5,

-       Openbaring 1: 7,9,10,

-       Hemelse Verborgenheden 9578, 9579, 9582, 9693, 9694, 9695.

 

 

Het Woord werd geschreven door mannen die in de geest door de Heer geleid werden. In Jesaja staat: Ik zag de Heer, zittende op een hoge en verheven troon (6:1). Vele keren schreef hij dat de Heer tot hem sprak. In Jeremia staat: Wijders geschiedde des Heren woord tot mij, zeggende: Wat ziet gij, Jeremia? (1: 11). Hoe geschiedde het Woord Gods tot hem, hoe hoorde Jeremia de Heer tot hem spreken? In EzechiŽl staat: De hemelen werden geopend en Ik zag gezichten Gods (1:1). Hoe hadden Jesaja en hij die visioenen? Het Woord kwam menigmaal tot EzechiŽl.

 

We lezen in het Boek De Openbaring van Johannes dat hij op de dag des Heren in de geest was en dat hij een grote stem hoorde. Zowel hij als de genoemde profeten zagen en hoorden in de geest vele waarheden; zij zagen met hun geestelijke ogen en hoorden met hun geestelijke oren. We zouden dan ook niet verbaasd moeten zijn als we lezen dat Emanuel Swedenborg schrijft dat hij door de Heer geleid werd om vele dingen die hij zag, op te schrijven in het Woord van het Goddelijk Menselijke, het Latijnse Woord. Het gemiddelde lid van de 'Oude Christelijke Kerk' gelooft dat wat de Profeten schreven, het Woord van God en dus de waarheid is. Wij die lid zijn van de Nieuwe Kerk, doen dat ook, maar we geloven tegelijkertijd dat de theologische Boeken van Swedenborg eveneens het Woord des Heren zijn en dus de Waarheid.

 

Het probleem is dat de gemiddelde Christen heden ten dage alleen maar gelooft wat hij in de letterlijke zin van het Woord leest. Vele van de visioenen die de profeten beschreven hebben, zijn wonderbaarlijke dingen. Men vraagt zich misschien af wat ze betekenen, hoe men ze moet verstaan. Wat leren ze ons over de Heer, over Zijn Goddelijke Hoedanigheden en over Zijn Kerk en de Hemel? DŠt zou het Woord ons moeten leren, daarvoor is het de mensheid gegeven. Bij voorbeeld, in dit geval betreffende de voorlezingen van vandaag. Wat voor nut heeft het die wonderbaarlijke dingen te weten over 'andere aardbollen' in de 'Sterrenhemel', die in de Geschriften van Swedenborg onthuld zijn, als we ze alleen maar als een natuurlijke kennis van sterrenkunde beschouwen? De vraag zou moeten zijn hoe we daarmee meer leren over de Heer en hoe we ertoe geleid kunnen worden om hervormd en wederverwekt te worden, als we over die andere aardbollen lezen. Als we deze dingen alleen verstaan in de letterlijke zin van het Woord, verstaan we nauwelijks iets en dan is die waarheid niet verlossend voor ons. Op zijn best weten we dan slechts enkele schijnbare waarheden en deze doen ons ons ten slotte afvragen: Wat is de echte waarheid?

 

Swedenborg schreef: Ik werd door Engelen uit de Heer geleid tot een zekere aardbol in het heelal (Hemelse Verborgenheden 9578). Hoe werd hij door de Heer geleid? Was hij toen in zijn uitwendig natuurlijk lichaam? Nee, want we lezen dat hij in de geest was. Hij was in een staat van willen en denken die niet uit hem maar uit de Heer was. Wij moeten ook in een zodanige staat komen, als we willen dat de Heer ons zal leiden en onderrichten. Dat is de staat waarin de Engelen zijn. De Engelen zijn in waarheden en goedheden van de Heer en hun aandoeningen zijn uit en in de Heer. Door middel van Engelen werd Swedenborg naar een bepaalde aardbol geleid. Waarheen werd hij in werkelijkheid geleid? Was het een aardbol ergens in dit natuurlijke heelal? Of was de aardbol, waarvan hier in het Woord sprake is, in overeenstemming met iets in de geestelijke wereld? Want uit de Heer, uit het inwendige, de hemelse en geestelijke Hemelen, gaan door Hem geschapen dingen voort, die in het Woord 'aardbollen' worden genoemd. Die aardbollen zijn dingen van een lagere graad, de lagere Hemelen en de Kerk, en zij zijn dus Natuurlijk. Ze worden de dingen in het Heelal genoemd, dat wil zeggen, ze zijn het einddoel, de oorzaak en de uitwerking, die alle uit God zijn. We zien hier een 'werk' dat of schepping die van eersten tot laatsten samenhangt. Onder de lagere Hemel en in de Kerk werkt in het natuurlijke heelal, datgene dat we kennen als het einddoel, het doel van de schepping. Wijsheid is het bewerkstelligen van een doel door middel van oorzaken met als gevolg uitwerkingen, die nutten zijn. In het Woord betekent het heelal een wereld.

 

Het is een Werk vol van de Goddelijke Liefde, de Goddelijke Wijsheid en het Goddelijk Nut. We gaan verder en lezen: Het werd mij gegeven een blik te slaan op de aardbol zelf &Ö; te spreken &Ö; met de geesten die daarvandaan zijn (Hemelse Verborgenheden 9578). Dit werd Swedenborg toegestaan, en daarom gegeven, ter wille van het einddoel, dat wil zeggen, vanwege de liefde des Heren voor Zijn Schepping, de mens. Het werd hem veroorloofd over uitwendige, natuurlijke dingen die tot het verstand behoren, na te denken en door overeenstemmingen te zien, dus te verstaan, wat dergelijke aandoeningen van anderen die niet van onze godsdienst zijn, in hun leven betekenen. Men kan inzien dat zijn reis geestelijk was, dat wil zeggen, in zijn gedachten. Engelen en geesten zijn bij ons, ook boze geesten. Zij geven ons gedachten in. Op die manier denken en verstaan wij.

 

Laten we opnieuw het Woord lezen met betrekking tot onze tekst en de voorlezingen, en zien of kunnen leren wat de Heer ons wil zeggen. Alle inwoners immers, of alle mensen van elke aardbol, worden geesten na het volbrachte leven in de wereld, en blijven rondom hun aardbol (Hemelse Verborgenheden 9578). Wie zijn de bewoners van de onderscheiden aardbollen die hier in het Woord vermeld worden? In de eerste plaats hebben we gezien dat met 'een aardbol' in het Woord datgene bedoeld wordt dat uit het inwendige voortkomt. Het zijn de uitwendige dingen, zoals de Kerk, het natuurlijke, dingen die uit de Heer zijn. Bewoners of inwoners zijn ůf mensen van de Kerk die in het goede der leer en dus in het goede des levens zijn ůf het zijn mensen wier beginselen gebaseerd zijn op het dogma van het geloof alleen. Dit dogma heeft betrekking op allen wier geloof uit het eigene is en die daarom niet van des Heren Nieuwe Kerk zijn. De mensen van 'iedere aardbol' betekent in de geestelijke zin de uiterlijke of uitwendige mens in wie de natuurlijke beginselen zijn, zijn goedheden en boosheden, en zijn ware en valse leerstellingen, die uit de beginselen in zijn Kerk zijn.

 

Wij spreken hier over de Kerk in de mens, die bestaat uit de goedheden en waarheden die de mens in zijn binnenste uit de Heer opneemt. Het 'volbrengen van het leven' is het laatste en de volledig making van dat menselijk beginsel van het sterven van het uitwendige lichaam. Dat beginsel was het leven van die mens in de wereld en dat werd uit de Heer door Zijn invloed opgenomen. Wat opgenomen wordt, maakt de Kerk ten aanzien van al het goede en ware ervan. Als er geen opneming is uit de Heer, blijft het leven van de mens boos. Vanwege hun aandoeningen oftewel hun wil blijven de geesten dichtbij hun eigen aardbol, omdat hun liefde gevormd is tijdens hun leven daarop.

 

In De Hemelse Verborgenheden 9582 lezen we: In de staat van wakker zijn werd ik ten aanzien van de geest door Engelen uit de Heer tot een zekere aardbol in het heelal geleid, vergezeld door sommige geesten uit dit wereldrond; de voortschrijding geschiedde naar rechts, en hield twee uren aan. Volgens de letterlijke zin was Swedenborg te midden van geesten die van een andere aardbol kwamen. Maar hij was daar in de geest en niet in zijn natuurlijke. Toen Johannes 'het Laatste Oordeel' zag, was hij met zijn geest niet in deze wereld, en ook Swedenborg was geestelijk niet in het natuurlijke heelal. Want 'het Laatste Oordeel' vond plaats in de wereld der geesten, zoals het Woord ons leert. Allen die naar de geestelijke wereld gaan, komen er met onderscheidene aandoeningen des levens, en een verstand en een wil van onderscheiden aard, dat tijdens en door hun leven in deze natuurlijke wereld tot ontwikkeling gekomen is. Want iedereen heeft zijn bijzondere aandoeningen en kennis. Er wordt gezegd dat Swedenborg toen in een staat van wakker zijn was, dat wil zeggen, dat het leven van de aandoening van het goede en ware helder voor hem was. Hij verstond het ware in de geestelijke betekenis ervan; hij kende en geloofde de Wetten van de Goddelijke Orde, de godsdienstig wetenschappelijke dingen die tot de hemelse waarheden behoren. En zodanig was de macht van het verstaan van de geestelijke waarheden, dat zijn geloof hem door het goede in die staat bracht. Hij werd met zijn denken naar het beginsel, de diepste grond van de innerlijke waarheden van de Nieuwe Christelijke Godsdienst geleid, want er staat: nabij het einde van ons zonnestelsel. Swedenborg was de mens door middel van wie de Heer de Nieuwe Christelijke Kerk in leven riep. Dit wordt bevestigd door de woorden 'ons zonnestelsel', waarin 'ons' betrekking heeft op de Nieuwe Christelijke Kerk die de Heer stichtte door middel van Zijn Woord, het Latijnse Testament. Het woord 'zon' betekent hier de Zon des Hemels. Dit is de Goddelijke Liefde des Heren, waardoor de mens leeft.

 

De Heer werkt door middel van het godsdienstige stelsel, waarin een mens geboren is en waarin hij gelooft. Met andere woorden, een mens wordt tot de kennis van de Heer God geleid door verschillende godsdiensten, zoals de Christelijke, de Boeddhistische, de HindoeÔstische en de ShintoÔstische, naast de vele oude godsdiensten die reeds lang voor en gedurende de tijd van de IsraŽlitische natie bestonden. Wij brengen u in herinnering dat in onze Kerk geleerd wordt dat de Heer mensen naar de Hemel kan leiden ongeacht welke godsdienst ze aanhangen, wanneer zij de naaste als uit zich liefhebben en willen doen wat goed is voor de naaste. In dit uitwendige waarin een bepaalde waarheid is, waarin de mens zich bevindt, werd er eerst een witachtige, glinsterende, maar dichte wolk, gezien. Wat deze mensen zagen, scheen hun waar toe, zoals het Woord voor ons grotendeels in verschijningsvormen geschreven is. Het waren waarheden volgens hun natuurlijk verstand op grond van hun godsdienstig stelsel, dus hun dogma's. Het waren geen inwendige, geestelijke of hemelse waarheden, want het licht waarin ze de waarheden zagen, was een werelds licht, was het natuurlijk verstaan van hen. Er werd ook een vurige rook, opklimmende uit een grote kloof gezien, hetgeen aanduidde dat in dit godsdienstig stelsel zowel goede als boze natuurlijke liefde was zoals ook in het godsdienstige stelsel van de mens van de Christelijke Kerk. Het Goddelijk Ware was in hun buitenste en in hun natuurlijke. Geestelijke wolken duiden het Woord aan zoals het op natuurlijke wijze wordt verstaan. Als de waarheden die zo gezien worden, goed zijn, stijgen ze als het ware op naar de Hemel en de Heer. Als het geen waarheden zijn dalen ze als het ware neder naar de hel, naar boze geesten.

 

Er is een scheiding tussen het geloof van de Nieuwe Christelijke Kerk en de geloofsovertuigingen van andere godsdienstige stelsels, omdat er teveel tegenstellingen zijn. Het was Swedenborg toegestaan er een perceptie van te hebben hoedanig hun uitwendig godsdienstig stelsel was waardoor de Heer bij hen tegenwoordig kon zijn, hoewel zij niet tot de Nieuwe Christelijke Kerk behoorden. Dit wordt ons geleerd in de woorden: Nadat ik (Swedenborg) over die grote kloof was heengebracht, bereikte ik ten slotte een plaats waar ik verwijlde (Hemelse Verborgenheden 9693). Dan lezen we:

en toen verschenen mij geesten van boven, met wie het mij werd gegeven te spreken. In een gezelschap van geesten is er vergemeenschapping van goedheden en waarheden en dus van de aandoeningen des levens. Met dat zij van boven verschenen wordt bedoeld dat de waarheden inwendig waren. Dit is natuurlijk uit de Goddelijke Voorzienigheid, want deze werkt niet alleen in de natuurkundige, uitwendige wereld, maar ook in de geestelijke wereld. Laat ons voortgaan uit het Woord te lezen. Uit hun spraak en de eigenaardige wijze van de dingen te ontwaren, en die uiteen te zetten, bemerkte ik helder dat zij van een andere aardbol waren (Hemelse Verborgenheden 9693). Talen beelden op verschillende manier uit en duiden ook aan, en er is een perceptie van overeenkomstig een innerlijke inspraak of een inwendige stem. Het is als het ware of men naar een ander land reist, waar men een vreemde taal hoort en ontdekt dat bepaalde woorden, die bekend schijnen, een andere betekenis hebben dan men denkt. Het is hetzelfde als we mensen horen spreken die van een andere godsdienst zijn dan de onze. De termen zijn soms dezelfde, maar hun betekenis is geheel anders.

 

Vervolgens werd gevraagd welke God zij vereerden. Hun antwoord was: Een zekere Engel, die aan ons verschijnt zoals een Goddelijk Mens. Als ons die vraag wordt gesteld, zeggen we: 'De Heer Jezus Christus, het Goddelijk Menselijke'. Een Engel betekent het Goddelijk Ware. Engelen zijn in het verleden aan mensen verschenen om hun waarheden te verkondigen. Daarom is het niet al te moeilijk te begrijpen dat de geesten die Swedenborg mocht verstaan hem hun geloofsovertuigingen oftewel waarheden onderwezen en zo leerde hij over hun leer, die uit het Goddelijke was, want de Engel die hen onderrichtte in wat zij moesten doen, verscheen in een schitterend licht, dat wil zeggen, dat Hij gezien werd in het ware van het goede. De geesten verstonden deze onderrichting op natuurlijke wijze, want ze zeiden: dat de Grote God in de Zon van de engellijke Hemel is, en dat Hij aan hun Engel verschijnt, en niet aan hen (Hemelse Verborgenheden 9694). Dit lijkt veel op wat menigeen van de Oude Christelijke Kerk gelooft, want hun geloof is dat de god die zij 'de Vader' noemen niet gezien noch benaderd kan worden.

 

Tot besluit dit. Het woord 'aardbol' in de tekst en de voorlezingen wordt voorgesteld als een hemellichaam met bewoners. De sterrenhemel oftewel de sterren van de hemel zijn de menigten van dingen die men weet van het goede en ware. Ze zijn als geesten niet in de natuurlijke wereld in de lucht die wij zien, maar in de geestelijke wereld. Het zijn niet de onderscheidene planeten of aardbollen en ook niet de sterren die hier bedoeld worden. Er zijn menigten van verschillende gezelschappen in de Hemel. De Grote Mens, die de Hemel is, bestaat uit al deze gezelschappen wier woonplaats de Hemel is.

Amen.

 

ť Keer terug naar het begin.