Terug naar de prekenpagina

 

Preek over het Strijdende Ware (Jozua 2: 1)

door ds. P. Booth

 

Voorlezingen:

-       Jozua 2: 1-5,

-       Mattheus 4: 1-4,

-       Hemelse Verborgenheden 8595: 1,2.

 

 

Jozua nu, de zoon van Nun, had twee mannen, die heimelijk verspieden zouden, gezonden van Sittim, zeggende: Gaat heen, bezichtigt het land en Jericho. Zij dan gingen, en kwamen ten huize van een vrouw, een hoer, wier naam was Rachab, en zij sliepen daar.

(Jozua 2: 1)

 

Mozes had de kinderen IsraŽls uit Egypte geleid. Hun waren door middel van Mozes door God de Tien Geboden gegeven. Mozes was 40 jaar lang hun leider. Zij hadden onder zijn leiding een plaats genaamd Sittim bereikt. Zij lag even over de Jordaan buiten het land Kanašn. Het land dat aan de kinderen IsraŽls beloofd was. Mozes was oud, en daarom benoemde hij Jozua tot zijn opvolger zoals hem door God gezegd was te doen. Hij zou de kinderen IsraŽls de Jordaan over leiden het land Kanašn in, welk land aan Abraham en diens nageslacht beloofd was.

 

De Heer beval Jozua "dat gij waarneemt te doen naar de ganse wet, welke Mozes, Mijn knecht, u geboden heeft" (1: 7). Toen gebood Jozua de ambtslieden van het volk zich voor te bereiden om de Jordaan over te steken en het land Kanašn in bezit te nemen. Dan vermeldt onze tekst dat Jozua twee spionnen naar het land Kanašn en naar Jericho zond. Het verhaal van de wederwaardigheden van de IsraŽlieten gedurende hun omzwervingen voortgedreven door hun verlangen het land te bereiken dat Jehovah hun beloofd had is een historische feit. En toen zond Jozua twee mannen uit om in het land en Jericho te gaan spioneren. Van uit een natuurlijk standpunt bezien is het een verstandige tactiek een land dat men wil veroveren, in kaart te brengen. Ze wisten per slot van rekening dat er andere stammen en volkeren woonden, die hun vijanden waren, omdat ze niet wilden dat hun het land ontnomen werd.

De vraag waarmee ik u zou willen confronteren is: Worden er behalve het historische feit dat er reeds volkeren woonden in het land Kanašn en de stad Jericho, in het Woord Geestelijke Dingen door onderwezen? Lieten andere volkeren, andere stammen zich ook niet door hun leiders aanvoeren en vereerden zij ook niet hun goden? Vanuit een godsdienstig standpunt bezien, in het bijzonder wat hen betreft die de Joodse of Christelijke godsdienst belijden, wijzen de verhalen over de kinderen IsraŽls op de ene God van Hemel en Aarde. En zij handelen over hun leven van het volgen van en gehoorzamen aan die ene God volgens hun geweten. Ze tonen ons dat we niet slechts de Tien Geboden en het Woord als geheel moeten geloven, maar dat we ook dienovereenkomstig moeten leven. Neem, bijvoorbeeld, onze voorlezing en onze tekst over de twee spionnen die naar het land Kanašn en Jericho werden gezonden. Behalve het feit dat Jozua door God werd verkozen om de kinderen IsraŽls te leiden, en dat zij in de Tien Geboden moesten geloven en ze gehoorzamen, leren wij wŠt over de Heer, de Kerk en de Hemel? Welke Geestelijke Waarheden bevat het verhaal over Rachab, een hoer die de twee mannen van de kinderen IsraŽls op het dak van haar huis verborgen had? Welke over de koning van Jericho die tot Rachab zond om die mannen uit te brengen? Wordt de Hoedanigheid van God ons in dit verhaal geopenbaard en, zo ja, hoe? Worden er Geestelijke Waarheden in onderwezen over hoe we moeten leven om werkelijk Kinderen van Hem te worden? Wat we door middel van de letterlijke zin van het Woord leren, is heel interessant vanuit een historisch standpunt gezien. En we kunnen er als het ware natuurlijke waarheden in zien. Maar, net als zo dikwijls in het Woord, zien we die waarheden slechts op duistere wijze. We zien dikwijls niet wat ze werkelijk betekenen, oftewel wat ons door de letterlijke tekst feitelijk wordt geleerd. Daardoor verzinnen wij dikwijls valse dingen met betrekking tot de uitspraken van of handelingen verricht door mensen over wie het Woord schrijft. Dat wordt veroorzaakt door ons denken vanuit het natuurlijk gemoed, dat niet door de Heer geleid wordt, zoals dat van de Wederverwekte mens. De mensheid heeft de Heer verworpen en nou is haar natuurlijke - de natuurlijke mens - gescheiden van de Heer en is iedere wederkerige verbinding met Hem afgesloten.

 

Iemand zegt nu misschien dat de verbinding met de Heer niet volledig verbroken is. Er is immers het geschreven Woord. Dat is waar. En het Woord zegt ons dat we de Heer moeten liefhebben. maar we verstaan heel veel van het Woord niet duidelijk. De letter van het Woord onthult ons lang niet altijd wat er de ware betekenis van is. Aan onze zienswijze ervan kleven vele boze en valse gevoelens en gedachten. We menen dat vele dingen goed of waar zijn, zoals ze ons voorkomen, omdat we ze uit onze eigenliefde beschouwen en zodanig interpreteren dat ze die liefde begunstigen. We zien de geestelijke waarheden niet die met de natuurlijke zin van het Woord overeenstemmen. We geloven misschien wel dat de Heer ons het Woord gaf, opdat we ons van het boze zouden afkeren, zodat Hij ons behouden kan. Geloven we ook echter dat Hij ons niet alleen Zijn Geboden en Voorschriften hoe we moeten leven, geopenbaard heeft, maar dat Hij ons ook de waarheden van de inwendige zin van Zijn Woord wil onthullen, opdat we kunnen zien wat het Wezen en dus de Hoedanigheid van Zijn goedheden en waarheden is? Want ons Natuurlijke kan niet verlost worden, als onze Geestelijke Mens niet verlost is. Wij moeten daarom hervormd en wederverwekt worden. En we kunnen het Woord niet op geestelijke wijze verstaan en geloven, als we niet ten minste enig idee hebben van de innerlijke zin van het Woord. Dat is alleen mogelijk als er in ons gemoed enige echte aandoening van het ware vanuit de Heer is.

 

Welnu, Mozes beeldt het Woord van het Oude Testament, de Wet oftewel het historische Woord en het ware van Goddelijke Oorsprong bij de mens van de Kerk in de Hemel en op de aarde uit. In de echte natuurlijke zin is het het wetenschappelijk ware dat ons leert hoe we behoren te leven. Als we zeggen dat de Heer het Woord is, bedoelen we dat de Heer ons door middel van Zijn Woord Zijn Attributen, Zijn Hoeda-nigheden, wil onthullen. Hoewel in de letterlijke zin van het Woord gesproken wordt over de persoon Mozes, wordt feitelijk gehandeld over de Heer, die het Woord is. Want het Woord handelt in de eerste plaats over Hem en niet over historische personen of plaatsen. Want zij betekenen hoedanigheden van staten. Ook de hoedanigheid van de Kerk wordt erin aangeduid door de volkeren die in Kanašn woonden. Het is dus niet de persoon Jozua over wie gesproken wordt, maar het strijdende Ware. Het is het verlichte Ware van het Woord dat verstaan wordt en dat met de valsheden strijdt. Er is een gees-telijke betekenis, die verborgen ligt binnen de letterlijke betekenis van het Woord. Om de geestelijke of innerlijke betekenis van dit verhaal te kunnen begrijpen moeten we vanuit de Heer uit de liefde tot Hem verstaan op hoedanige wijze het land Kanašn de echte Kerk betekent. In Kanašn was de gehele Eredienst van de Heer. Alle eerdere Kerken waren daar, de Oudste Kerk, de Oude, de Hebreeuwse en de Joodse. Maar het woord Eredienst zegt ons niets als we niet zelf als het ware de Eredienst van de Heer van ganser harte betrachten. Het land Kanašn werd ingenomen en overheerst door volkeren die alleen maar dachten aan hun eigen zogenaamde superioriteit, door hen die de slaaf waren van hun valsheden en boosheden, de Hittieten, de Kananieten, de Amorieten en de Perezieten. We moeten beseffen dat met het land Kanašn niet slechts de Kerk wordt bedoeld, maar dat het, zoals de Heer ons geleerd heeft, ook de Hemel betekent, die binnenin ons gemoed is. Die Kerk moet op de Aarde, het uitwendige van ons gemoed, komen, zoals ze in de Hemel, het inwendige van ons gemoed, is. Want de Hemel is in het binnenste van ieder mens, en de Kerk, de Hemel op aarde, moet in het echte Uitwendige van dat Binnenste komen.

 

Zo kunnen wij er iets van gaan begrijpen dat, als de Kerk in ons overheerst wordt door onze boosheden en valsheden zij te gronde gaat, tenzij het goede en ware van de Heer de overhand kan krijgen. In de natuurlijke zin wordt dat beschreven door de strijd van Jozua als het Ware. De eerste stap naar de overwinning van het goede en ware van de Heer in het gemoed is in te zien hoe die strijd gevoerd werd. Streed de Heer niet met alle boosheden en valsheden? Die zouden ieder mens naar de hel voeren, als zij niet onderworpen werden. De Heer strijdt ook met de boosheden en leugenachtige valsheden die ons in verzoeking trachten te brengen. Wij lezen: Jozua nu, de zoon van Nun, had twee mannen, die heimelijk verspieden zouden, gezonden van Sittim (Jozua 2: 1).

 

Ons natuurlijk verstand, waarin de uitwendige Kerk op aarde zich bevindt, moet verbonden worden met het Goede dat vanuit de Heer invloeit. Dat kan alleen als een mens door de Barmhartigheid van de Heer een begin van een nieuw Verstaan van het Woord heeft gekregen. Want het ware kan niet begrepen worden door ons eigen aangeboren verstand. We moeten ons binnenste onderzoeken om enig idee te krijgen van de staat waarin wij leven en hoe vele boosheden en valsheden er nog in ons zijn. Wanneer wij werkelijk verstaan dat het ware vanuit het Goede is, dat wil zeggen, vanuit de Heer, begrijpen we ook dat er in ons gemoed voortdurend strijd is tussen het boze en het goede. Het is een strijd waarvan de uitkomst bepaalt wat er in ons zal regeren, het louter natuurlijke of het Geestelijke vanuit de Heer. Wij lezen verder zeggende: Gaat heen, bezichtigt het land en Jericho (Jozua 2: 1).

 

Hier beginnen we na te denken over de hoedanigheid van de Kerk binnenin ons en van welke aard zij zou moeten zijn. De eerste staat, waarin er het ware is van het goede des levens, als onze innerlijke dingen en de leer der Kerk in ons - haar waarheden - worden gevormd, beginnen wij te leven overeenkomstig het goede des levens, welk leven vanuit de Heer is. Hieruit vellen we een oordeel over onszelf en worden we onderricht. Het gevolg hiervan is de verbinding van het natuurlijk goede in ons met het innerlijk ware. Ons natuurlijk ware is doordrongen van boosheden die verwijderd moeten worden. Daarom moeten wij met het ware dat wij vanuit de Heer uit het Woord weten, het land en Jericho innerlijk, dat wil zeggen, op verborgen wijze gaan bezichtigen.

 

Wij lezen opnieuw het Woord: Zij dan gingen, en kwamen ten huize van een vrouw, een hoer, wier naam was Rachab, en zij sliepen daar (Jozua 2: 1). Tot alle plaatsen waar het natuurlijk goede verbonden kan worden met het geestelijk ware, lijkt het huis van een hoer zeker niet te behoren. Toch moet het natuurlijk goede daar in ons gemoed wonen, opdat het natuurlijke hervormd kan worden en wij tot het echte verstaan van het ware en goede gebracht kunnen worden. Het huis van een hoer betekent volgens het Woord de verdorven Kerk bij ons, waarin de aandoening voor valsheden heerst. Wij spreken nu over ons aangeboren gemoed. Dat is de staat waarin de Kerk is als zij (nog) afgescheiden is van het Geestelijk Ware. Dat gemoed is 'het land' dat als het ware weer 'ingenomen' moet worden. Het goede daarin is de vanuit de Heer opgenomen aandoening van het ware van het Woord. Dat is geheel of gedeeltelijk nog niet verbonden met het Geestelijk Ware. Want door middel van uitwendige godsdienstige wetenschappelijkheden leert een mens over de Heer, de Hemel en de hel, en de natuurlijke zin van het Woord. En ook dat deze een innerlijke en een inwendige zin bevat&Ö; waarin de echte goedheden en waarheden, en de leer der Kerk geleerd worden. Volgens het Woord betekent de naam Rachab de natuurlijke mens in wie een aandoening is voor de waarheden die gezien kunnen worden door middel van wetenschappelijkheden en erkentenissen. Rachab is een ander woord voor Egypte. In de positieve zin betekent Egypte de verbinding van het Geloof met de Naastenliefde. De Heer reisde Zelf als Kind met Jozef en Zijn moeder naar het land Egypte. Daar was Hij veilig voor de boosheden die overal in het land IsraŽl heersten. Egypte betekende toen de verdorven Kerk. In de negatieve zin betekent Egypte het van de Naastenliefde gescheiden geloof. Dat is de natuurlijke mens die de Hemelse Geheimen tracht te begrijpen, niet om daarmee de Heer en de Naaste te dienen, maar om beter te kunnen heersen. De Egyptenaren beoefenden de wetenschap der overeenstemmingen om daardoor even wonderbaarlijke daden te verrichten als Mozes vanuit de Heer deed.

 

In de positieve zin betekent ergens slapen de staat waarin de mens onderricht kan worden ten aanzien van het goede des levens. Als een mens slechts van nature goed is kan hij weliswaar goedheden en waarheden opnemen, maar hij doet dat dan terwille van zijn eigenbelang. Dat natuurlijke goede wordt door de Heer aanvaard, omdat het toch van nut is. Als een mens uit eigenbelang wil weten wat goed en waar is en het Woord gaat lezen, begint hij mogelijk vanuit de Heer in te zien dat hij het geziene ware moet gehoorzamen. Dat doet hij aanvankelijk vanuit een natuurlijke geaardheid om ervan te profiteren, maar vanuit de Heer kan dat dan een geestelijke liefde worden.

 

Ik breng u in herinnering dat er een beter begrip gegeven kan worden als het natuurlijk goede verbonden wordt met een geestelijk verstaan. In dat opzicht kan de innerlijke betekenis van Sittim duidelijker worden, een vallei waarheen de kinderen IsraŽls gingen. Daarheen zond Jozua het Strijdende Ware - twee mannen - het natuurlijk goede verbonden met het geestelijk ware - om te spioneren, dat wil zeggen, om het land, de verdorven Kerk, aan een onderzoek te onderwerpen. Dat 'land' was veroverd door boosheden en valsheden. Het is de staat van de Kerk, waarin wij geboren worden. In een meer innerlijke zin betekent het een profetie over des Heren Nieuwe Kerk, nederdalende uit de Hemel vanuit de Heer op de aarde om het gemoed te verlichten. In de binnenste, Goddelijke, zin betekent het de Heer als het Woord. Hij is het Ware dat op de aarde, ons gemoed, komt om het boze dat ons beheerst en naar de hel wil voeren, te overwinnen. De Heer heeft een Weg voorzien om de mens weder te verwekken. Dan zal de Ware Kerk eens weer op de aarde zijn zoals ze in de Hemel is. En dan zal de mensheid de innerlijke en inwendige zin van het Woord meer en meer onderwezen kunnen worden en zal zij die meer en meer verstaan.

Amen.

 

ť Keer terug naar het begin.